DuikTeam Miramar Friesland
NieuwsHomeOpleidingClubbladAgendaFotoalbumsArcheologieBiologieWrakduikenTipsentricksContactGastenboekWeerLinks Online:
2
Totaal:
61977


WrakduikenWrakkenKoperkoortsGarnalenNitroxOtto

Bergen stenen, stenen bergen
DE KUNST VAN DUIKEN OP DE OTTO

door Pam van Vliet, duikteam Miramar Friesland met dank aan Wrakkenmuseum Terschelling

De Otto wordt gezien als een ‘beginnerswrak’. Het ligt niet te diep en het zicht is er meestal redelijk goed. Maar een wrak is nooit zomaar een wrak. Ook de Otto heeft een verhaal – en dat verhaal is door de activiteiten van een Israëlische kunstenares nog steeds in ontwikkeling. De Otto, het stenenwrak.

Het Zweedse stoomschip Otto was in januari 1903 zwaar beladen onderweg van Gothenburg naar Manchester. De lading bestond uit grote blokken graniet en tienduizenden kleinere stenen, afkomstig van een steengroeve in het Noorse Iddefjord. Kapitein Morell en zijn bemanning kregen het flink voor hun kiezen: er woedde een stevige storm en ss. Otto bleek er niet tegen bestand. Op 25 januari 1903 strandde het schip op de beruchte Terschellinger Gronden.
Een te hulp gesnelde sleepboot slaagde erin vijf man te redden. De Terschellinger visser Christiaan Kuiper haalde nog eens veertien personen van boord: twaalf bemanningsleden (mannen) en twee passagiers (vrouwen). Kapitein Morell was de dappere redder zo dankbaar, dat hij hem een zilveren theepot cadeau deed. (Die de visser natuurlijk zelf al had uitgezocht op het wrak.)
De Harlinger Courant van 28 januari 1903 maakte niet veel woorden vuil aan de scheepsramp en volstond met het brengen van een summier berichtje:
TERSCHELLING, 26 JAN. De kustwacht van Terschelling meldt: Het Zweedsche ss. Otto, kapt. Morell, met bazaltsteen van Zweden naar Manchester, is hedenmorgen gestrand. De equipage is gered en ten getale van 17 man en 2 vrouwen aan wal gebracht. De inventaris werd geland.

Pakken wat je pakken kan

Omdat de Otto na de stranding op de Terschellinger Gronden niet direct zonk hadden de Terschellinger vissers nog aardig wat tijd om delen van de inventaris te bergen. Enige weken later meldde de Harlinger Courant een ‘Belangrijke Verkoop te Terschelling’ van: Den geborgen inventaris en proviand van het gestrande Zweedsche stoomschip Otto, bestaande in Scheepsboot Staaltrossen, Kettingen, Lantaarns, Trossen, Touwwerk met Blokken, Zeil en Kleeden, Telefoon, Chronometer, Barometer, Compassen, Compashuizen, 2 Fietsen, Vlaggen, oud Koper, Proviand enz. Inlichtingen geeft de Burgemeester van Terschelling.
Christiaan Kuiper had dus niet stilgezeten!
Langzaam maar zeker verdween het schip toch in de golven. Na twee dagen lag het gehele achterschip onder water en was de Otto verloren. Een paar jaar lag het wrak op de Terschellinger Gronden, totdat de Urker visser UK 33 op 20 november 1906 op het wrak stootte en bijna zelf ook tot wrak degradeerde. Slechts met behulp van pompen kon het vissersschip behouden blijven. Men besefte dat de gezonken Otto een gevaar voor de scheepvaart betekende en blies grote delen van het wrak op met dynamiet.

Puinhoop

Toch jammer. Na die actie met dynamiet restte van de Otto slechts een puinhoop. Nu, ruim honderd jaar later, is er nog een stuk van de voorsteven intakt met daarin een anker en bij de achtersteven zijn alleen het schroefraam en de schroef duidelijk herkenbaar. In het midden liggen nog de resten van de stoomketel en de opgeblazen stoommachine. Vanaf deze machine loopt een ongeveer 40 cm dikke schroefas naar het achterschip. Schroef en roer zijn nog aanwezig, maar verdwijnen steeds verder in het zand. De grote ijzeren schroef heeft een diameter van minstens vier meter. Voor de rest is het wrak een grote bult stenen. Tienduizenden ‘kinderhoofdjes’ en nog een stuk of vijftien grote blokken graniet van 2 x 0,5 x 0,4 meter.

Toegepaste kunst

Aanvankelijk lagen er veel meer van die grote blokken, naar schatting ongeveer tachtig. Duikteam Ecuador van Terschelling en later ook duikteam Noordkaap van Vlieland zijn vanaf 1993 druk bezig geweest veel van deze zware jongens te bergen. Voor de lol. Als je een tuinbankje nodig hebt kun je er een halen bij de Gamma, maar je kunt natuurlijk ook een blok graniet van één à twee ton van de zeebodem ophijsen. Op Terschelling zijn diverse van dergelijke stevige stoepbankjes te vinden.
Of ze deden er iets liefs mee: De schapendoes ‘Does’ die vijftien jaar lang bij het wrakkenmuseum op Terschelling rondhuppelde kreeg na zijn dood een door baasje Hille van Dieren opgedoken Ottosteen van labradorgraniet op zijn graf. Moet kunnen, zal hij gedacht hebben, schapendoes met labrador. Dagenlang was Hille samen met zijn zoon in touw om de steen op zijn plaats te krijgen. ‘Een stukje rouwverwerking, een zere rug en de zekerheid dat hij er nooit meer onder weg komt.’ De opvolger van Does, Does genaamd, viel eenzelfde eer te beurt. De opvolger van Does en Does, Does genaamd, huppelt nog vrolijk rond.

Handel

Duiker Johan Meerkerk van DT Ecuador Terschelling vond het allemaal wel leuk dat gehijs, maar raakte er steeds meer van overtuigd dat de stenen meer waard waren dan de prijs van een tuinbankje. De prijs van natuursteen was behoorlijk hoog, dus volgens hem lag er voor een flink kapitaal op de zeebodem. Hij stak een boel energie in pogingen om kopers voor de granieten blokken te vinden, maar slaagde daar niet in. Toch kwam er uit onverwachte hoek belangstelling.
Beeldhouwster Franka van Neerven uit Nuenen, die regelmatig als gast op Terschelling vertoefde, zag op verschillende plaatsen op het eiland de grote blokken graniet liggen en raakte erdoor geïnspireerd. Ze vatte het plan op om samen met een paar collega’s van een serie blokken een serie beelden te maken en ging eens polsen bij de duikers of ze een bestelling kon plaatsen. Binnen twee dagen lagen er tien zwaar aangegroeide (dus stinkende) brokken op de kade bij het clubhuis van de duikers. De regionale kranten kregen er lucht van en zo kwamen ook de Vlielanders op het idee eens een kijkje te gaan nemen bij de Otto en een paar stukken graniet te scoren.
De Vlielanders bleken óók heel creatief met graniet: ze gebruikten de blokken om een brievenbus aan op te hangen.

Beelden aan zee

Landelijke bekendheid kreeg het graniet van de Otto toen de Israëlisch-Marokkaanse kunstenares Yaël Artsi er ook beelden van begon te maken. Ook voor deze kunstenares werden een heleboel (drieëndertig) blokken opgedoken en zij ging ermee aan de slag op Terschelling. Zij wilde beelden maken met een sterk maritiem element (vanwege de herkomst van de blokken) en een duidelijke link met het eiland. Het Oerolfestival bood haar een mooie gelegenheid haar werk(wijze) te tonen en inmiddels zijn op Terschelling al diverse beelden te bewonderen. Uiteindelijk zal er een serie van zes beelden op ‘Het Lichtje’, een prominente plek aan de natuurlijke baai van Terschelling, komen te staan. De Terschellinger duikers zijn nog steeds nauw betrokken bij het hele project en helpen ook boven water waar ze maar kunnen.

Gewoon duiken

Voor ‘gewone’ duikers, zonder schip met een sterke lier valt er ook nog wel wat te beleven op de Otto. Het is ronduit fascinerend om de chaos van stenen te zien liggen tussen voor- en achtersteven of omhoog te kijken langs het enorme schroefblad dat uit het zand steekt. Voor Noordzeebegrippen is het zicht er vaak heel behoorlijk (3-10 meter). Door de harde stenen ondergrond ter plekke, heb je er weinig last van opwolkende prut. De grote blokken labradorgraniet zijn bijna op, maar een leuke presse-papier is er nog wel te vinden.

Downloads wrakduiken.

1.Pam
2.wrakkenmiddag.pdf
3.Wilhelmina