DuikTeam Miramar Friesland
NieuwsHomeOpleidingClubbladAgendaFotoalbumsArcheologieBiologieWrakduikenTipsentricksContactGastenboekWeerLinks Online:
1
Totaal:
61977


ArcheologieHaringBundelAebelinaJacobsstafSnor

HOLLANDSE NIEUWE EN DE MYTHE VAN WILLEM BEUKELSZOON

onderzoek Roel Lauwerier & Frits Laarman, Archeologische Erfgoed.

De RACM heeft aangetoond dat de tonnetjes uit het zestiende-eeuwse Biddinghuizer Colfschip gekaakte haring hebben bevat.
Inmiddels weten we dat haringkaken helemaal geen Nederlandse vinding is geweest, zoals we lang dachten, maar een Deense.
Hollandse nieuwe, rauwe haring, is nu een lekkernij.
Eeuwenlang echter is het een belangrijk bestanddeel van het dagelijks voedsel geweest.
De sleutel tot het succes was dat men in staat was deze bederfelijke waar langer houdbaar te maken door de vis te kaken en te zouten.
De veertiende-eeuwse Willem Beukelszoon uit Biervliet.
In Zeeuws-Vlaanderen, zou de uitvinder van dit conserveringsproces zijn.
Hierbij wordt het mes achter de kieuwen gestoken en worden met één draaibeweging de kieuwen, de maag, het hart, de lever en een deel van de darmen naar buiten getrokken en afgesneden.
Daardoor is een belangrijke bron voor bederf verwijderd.
Biddinghuizer Colfschip
Het aardige is dat gekaakte haring archeologisch goed te herkenbaar is. Bij het kaken worden namelijk behalve de ingewanden ook enkele botjes van de kop en van de schoudergordel weggesneden.
Dit patroon herkennen we ook bij de visresten van het door de RACM opgegraven zestiende-eeuwse Biddinghuizer Colfschip.
Het schip dankt zijn naam aan zestien deels bewaard gebleven kolfstokken, een soort golfclubs, die deel uitmaakten van de lading.
Ook onderdeel van de bewaard gebleven lading waren resten van zeventien tonnetjes.
Zeven van de inhoud leverde duizenden kleine visbotjes op.
Deze hebben we onderzocht in ons archeozoölogisch laboratorium.
Het lab beschikt over een vergelijkingscollectie van botten van dieren die bij opgravingen kunnen voorkomen. Met behulp van die collectie kan worden vastgesteld van welke diersoort gevonden resten zijn, en om welke skeletonderdelen het gaat. Zo konden bijna 30.000 haringbotjes op skeletonderdeel gedetermineerd worden.
Globaal kunnen we vaststellen dat de vissen met kop, schouder en staart in de tonnen hebben gezeten.
Van al deze gebieden zijn skeletelementen aanwezig.
Maar wat opvalt, is wat er ontbreekt: het gebied van kop en schouder net achter de kieuwen.
Dat is blijkbaar weggesneden. De tonnetjes hebben dus gekaakte haring bevat.
Deense haringindustrie
Het haringkaken en Willem Beukelszoon, velen kennen de combinatie uit de geschiedenisboekjes.
hij is een van de aansprekende personen uit onze vaderlandse geschiedenis.
In 1994 echter werden bij Selsø in Denemarken twaalfde-eeuwse resten opgegraven van een vissersdorp.
Hierbij werden monsters genomen uit kuilen met grote concentraties haringbotjes.
Analyse van de skeletelementen toonde dat slechts een deel van de verschillende typen botten aanwezig was.
Allen het beeld was precies omgekeerd ten opzichte van dat van het schip uit Biddinghuizen.
Misten op het Nederlandse schip botjes van de achterkant van de kop, in Selsø waren juist alleen deze botjes aanwezig.
Hieruit werd geconcludeerd dat in het dorp op semi-industriële wijze grote hoeveelheden haring werden geconserveerd door ze te kaken en te zouten.
wat is teruggevonden is het afval van deze activiteit. De gekaakte haring werd blijkbaar naar elders verhandeld.
duidelijk is dat de twaalfde-eeuwse bewoners van Selsø de techniek van het haringkaken eerder onder de knie hadden dan de vermeende veertiende-eeuwse uitvinder uit Biervliet.
De Deense onderzoekers verwijzen deze Nederlandse aanspraak dan ook in nette bewoordingen naar het land der fabelen.
We gaan er van uit dat we deze techniek waarschijnlijk van de Scandinaviërs hebben overgenomen.
Overigens wordt haring in Denemarken tegenwoordig alleen nog gekaakt voor de export naar Nederland.
Onderzoeksvragen
Er zijn allerlei vragen die vooral voor de middeleeuwen en de tijdvakken daarvoor beantwoord zouden kunnen worden aan de hand van bij opgravingen gevonden visresten.
Hoe verliep bijvoorbeeld de ontwikkeling van riviervisserij naar zeevisserij, van kustvisserij naar visserij in open water en naar specialisatie in de haringvisserij?
Welke rol speelde haring en andere vis in de consumptie van de verschillende bevolkingsgroepen?
wat was het effect van de verstedelijkte ontwikkeling op de visserij en de consumptie van vis?
voorwaarde is wel dat er bij opgravingen uitvoerig bemonsterd moet worden, dat deze monsters met fijnmazige zeven worden gezeefd en dat er tijd wordt gestoken in de analyse van de vele vondsten die dit oplevert.
En wat de mythe van Willem Beukelszoon betreft, ook die mag gekoesterd worden.
Cultuurgoed bestaat behalve uit feitelijkheden ook uit de verhalen die een rol hebben gespeeld bij het definiëren van een eigen identiteit.
Biervliet heeft aan Beukelszoon in ieder geval een mooi zeventiende-eeuws gebrandschilderd raam in de Hervormde Kerk en een standbeeld op de markt overgehouden.


Bron: RACM Nieuwsbrief 4-2007.